Jaeger-LeCoultre
Een fabriek in de Vallée de Joux die dertig jaar lang de meeste uurwerken voor Patek Philippe leverde, en in 1907 het dunste zakhorloge ter wereld bouwde.
Servicebeurt en reparatie van je Jaeger-LeCoultre
Van Jaeger-LeCoultre lagen hier onder meer een Memovox, een bumper-automaat en een Master met een quartzuurwerk op de bank.
De Memovox is een horloge met een wekker: naast het gewone uurwerk zit er een tweede veer, en een hamertje dat tegen een pen in de kastbodem slaat. Dat maakt een servicebeurt meer werk dan bij een gewoon uurwerk; wat het kost, hoor je na het onderzoek.
Een servicebeurt kost € 250,- voor een handopwinder, € 325,- voor een automaat en € 250,- voor quartz. Voor premium merken en uurwerken komt er een meerprijs bij, vanaf € 100,-.
Je krijgt eerst een prijsopgave per mail, en pas na je akkoord begint het werk. Dat werk gebeurt in het atelier in Weesp; er gaat niets naar een servicecentrum.
Geschiedenis
De familie LeCoultre kwam in de zestiende eeuw naar Zwitserland. Pierre LeCoultre, een Franse hugenoot, vluchtte voor vervolging naar Genève en kocht in 1559 grond in de Vallée de Joux. Zijn zoon bouwde er in 1612 een kerk, en daarmee begon het dorp Le Sentier, waar de fabriek nog altijd staat.

In 1834 begon Antoine LeCoultre er een kleine werkplaats, nadat hij een machine had uitgevonden die rondsels uit staal sneed. In 1844 bouwde hij de Millionomètre, destijds het nauwkeurigste meetinstrument ter wereld, en in 1847 een systeem om een horloge zonder sleutel op te winden en gelijk te zetten.
In 1866 richtten Antoine en zijn zoon Elie de eerste echte manufactuur van de Vallée de Joux op, LeCoultre & Cie., met alle vaardigheden onder één dak. In 1870 werkten er vijfhonderd mensen, en rond 1900 had het huis ruim 350 verschillende kalibers gemaakt, waarvan 128 met een chronograaf en 99 met een repetitie. Vanaf 1902 leverde LeCoultre dertig jaar lang de meeste ruwe uurwerken voor Patek Philippe.

In 1903 daagde Edmond Jaeger, horlogemaker van de Franse marine in Parijs, de Zwitsers uit om de ultradunne uurwerken te maken die hij had bedacht. Jacques-David LeCoultre nam de uitdaging aan, en in 1907 kwam daar het dunste zakhorloge ter wereld uit, met kaliber 145. Datzelfde jaar sloot Cartier een contract met Jaeger: de uurwerken, gemaakt door LeCoultre, waren vijftien jaar lang alleen voor Cartier.
Uit die samenwerking kwam in 1937 de naam Jaeger-LeCoultre. In Noord-Amerika werden de horloges tussen 1932 en ongeveer 1985 vanwege de Amerikaanse invoertarieven in plaatselijk gemaakte kasten gezet en als LeCoultre verkocht. Pas na 1985 heette het merk overal Jaeger-LeCoultre.