Cartier
Een juwelier uit Parijs die in 1904 een polshorloge ontwierp voor een vliegenier, en vijftien jaar later de Tank tekende naar de tanks van het westfront van WO I.
Servicebeurt, reparatie en vergulden van je Cartier
Met grote regelmaat komen er Cartier's binnen in het atelier, meestal is het een Tank: groot of klein model, een handopwinder of een quartzuurwerk. Daarnaast komen de Santos, de Pasha en de Carrée ook langs.
Een groot deel is vermeil: de Must de Cartier-horloges, met een kast van zilver en een laag goud erover. Na jaren dragen slijt die goudlaag af, vooral op de hoeken en de randen. De kast wordt dan opnieuw verguld: eerst een basislaag, daarna het goud.
Ook beschadigd glas komt vaak voor; dan wordt er een nieuw glas in verlijmd met lijm die onder uv-licht uithardt. Verder gaat het meestal om een servicebeurt, of een nieuwe batterij.
Als je jouw Cartier opstuurt of komt brengen krijg je altijd eerst een prijsopgave; pas na je akkoord begint het werk, in het atelier in Weesp. Hoe een Cartier in vermeil hier wordt hersteld, zie je in de video op de pagina Restauratie.
Geschiedenis
In 1847 nam Louis-François Cartier in Parijs de werkplaats over van zijn leermeester, Adolphe Picard. Zijn zoon Alfred nam het bedrijf in 1874 over, maar het waren Alfreds drie zoons die er een wereldnaam van maakten: Louis in Parijs, Pierre in New York en Jacques in Londen.
Louis verhuisde in 1899 naar de Rue de la Paix en tekende daar veel van wat Cartier beroemd maakte, van de 'mystery clocks' — klokken met een doorzichtige wijzerplaat waarvan het uurwerk verborgen blijft — tot de kleurrijke Tutti Frutti-juwelen. Hij was ook een van de eersten die platina in sieraden gebruikte.

Het polshorloge kwam via een vriend. In 1904 klaagde de Braziliaanse luchtvaartpionier Alberto Santos-Dumont bij Louis dat een zakhorloge in de lucht onhandig en onbetrouwbaar was. Cartier ontwierp voor hem een plat polshorloge met een vierkante lunette: de Santos, het eerste herenpolshorloge van het huis, en het enige dat naar zijn eerste drager is genoemd. Vanaf 1907 leverde Edmond Jaeger de uurwerken.

In 1919 volgde de Tank, door Louis ontworpen naar de tanks die kort daarvoor aan het westfront waren verschenen. In de jaren twintig richtte Cartier met Jaeger een onderneming op die alleen voor Cartier uurwerken maakte, maar het huis bleef ook uurwerken van anderen gebruiken: Vacheron Constantin, Audemars Piguet, Movado en LeCoultre.
Na de dood van Pierre in 1964 verkocht de familie de drie vestigingen. Een groep investeerders rond Robert Hocq en Joseph Kanoui kocht ze tussen 1972 en 1976 terug en bracht Cartier weer samen. Hocq bedacht de naam 'Les Must de Cartier', en in 1976 werd dat een eigen, toegankelijkere lijn van het huis. In 2012 was Cartier via Richemont in handen van de Zuid-Afrikaanse familie Rupert.