Merken

Omega

Van een eenmanszaak in 1848 tot een van de grootste horlogefabrieken van Zwitserland. Een merk met een rijke historie vol met horologische innovaties.

Servicebeurt en reparatie van je Omega

Vintage Omega's worden regelmatig geserviced in het atelier in Weesp. Seamasters, Constellations en Speedmasters.

De uurwerken die we het vaakst openen zijn de automaten uit de 55x- en 56x-familie — kaliber 551, 552, 561, 562, 564 en 565 — en het latere kaliber 1481. Ook bumper-automaten uit de jaren vijftig, zoals het 354, en handopwinders als het 283, 600, 613 en 625 komen langs. Ook chronografen zoals kaliber 861 en de latere 1152 zijn regelmatig aan de beurt.

Meestal gaat het om een complete servicebeurt: het uurwerk gaat helemaal uit elkaar, wordt gereinigd, gesmeerd en afgesteld, en de kast krijgt nieuwe pakkingen. Vaak gaat er meteen een nieuw glas in en wordt de kast ultrasoon gereinigd.

Alles gebeurt in het atelier; er gaat niets naar een servicecentrum. Het horloge gaat eerst open en je krijgt een prijsopgave per mail — pas als je akkoord bent, beginnen we. Op een servicebeurt zit twee jaar garantie. Hoe het glas van een Seamaster Cosmic 2000 wordt vervangen, zie je op de pagina Reparatie.

Geschiedenis

In 1848 begon Louis Brandt in La Chaux-de-Fonds met het in elkaar zetten van nauwkeurige zakhorloges, uit onderdelen die hij bij vaklui uit de buurt kocht. Hij verkocht ze van Italië tot Scandinavië, maar zijn belangrijkste markt was Engeland.

Het begon pas echt te lopen toen zijn zoons, Louis-Paul en César in 1894 een manier van produceren bedachten waarbij ze alles zelf in de hand hadden en onderdelen onderling uitwisselbaar waren. Het horloge dat daaruit voortkwam kreeg de naam Omega, en die naam bleek zoveel sterker dan die van het bedrijf dat het bedrijf in 1903 maar naar het horloge werd vernoemd.

Datzelfde jaar overleden beide broers. Ze lieten een van de grootste horlogefabrieken van Zwitserland achter aan vier jonge erfgenamen, van wie de oudste, Paul-Emile Brandt, nog geen vierentwintig was. Hij bracht Omega door de moeilijke jaren na de Eerste Wereldoorlog en bracht het samen met Tissot; in 1930 gingen ze op in de SSIH-groep, die uiteindelijk zo'n vijftig bedrijven omvatte, waaronder Lemania, de maker van Omega's beroemdste chronograafuurwerken.

Speedmaster 1957
Speedmaster uit 1957

Uit die band met Lemania kwam ook het horloge waar Omega het meest mee wordt verbonden. De Speedmaster verscheen in 1957 als chronograaf voor autocoureurs, met de tachymeterschaal op de rand in plaats van op de wijzerplaat en het handopwindkaliber 321 erin. Toen NASA in 1964 en 1965 chronografen van verschillende merken aan een reeks zware proeven onderwierp was de Speedmaster de enige die alles doorstond en werd goedgekeurd voor bemande ruimtevluchten; Ed White droeg hem dat jaar bij de eerste Amerikaanse ruimtewandeling. Op 21 juli 1969 stapte Buzz Aldrin met een Speedmaster om zijn pols op de maan; Neil Armstrong had de zijne als reserve in de maanlander laten liggen. Sindsdien heet hij de Moonwatch.

buzz-aldrin-omega-speedmaster-apollo-11
Buzz Aldrin met zijn Speedmaster aan boord van de Apollo 11

In de jaren zeventig was SSIH de grootste horlogeproducent van Zwitserland en de derde ter wereld, en verkocht Omega meer horloges dan Rolex. Het verschil tussen die twee zat 'm in de aard: Omega was de vernieuwer met de blik op de vakman, Rolex was behoudender. Toen de quartzcrisis kwam, hield Rolex vast aan zijn mechanische chronometers en probeerde Omega de Japanners op hun eigen terrein te verslaan.

Dat liep slecht af: in 1981 moesten de banken bijspringen. Wat volgde was de grote herschikking van de Zwitserse horlogerie, met een groep investeerders onder leiding van Nicolas Hayek, en uiteindelijk de Swatch Group. Omega klom terug, niet in de laatste plaats doordat James Bond in 1995 zijn Rolex Submariner inruilde voor een Seamaster Diver 300M.